Impressie van de Berenstraat

De Berenstraat ligt tussen de Prinsen- en Herengracht en mag dan vernoemd zijn naar de berenhuiden die er in de 17e eeuw werden verhandeld, het is maar de vraag of de gevelsteen ‘In de Berestraat’ op nummer 7 daar iets mee te maken heeft. Niemand weet namelijk waar het voor staat: de afgeknotte boom met daaraan een geketende beer die een bloem in zijn rechterklauw houdt.

Nieuw in de Berenstraat
Stefan Weiland kwam in 1994 voor de liefde van Berlijn naar Amsterdam. Vijf jaar geleden opende hij er tassenwinkel Bree en onlangs begon hij aan de overkant Roekcl, samen met Anouk van der Lely die haar Beeldenwinkel verruilde voor een zaak in handschoenen.
‘Bree was voor mij echt een gok, want als verpleegkundige had ik geen verstand van winkels,’ vertelt Stefan. Hij vond zich te oud worden voor de gezondheidszorg en schreef als groot fan een brief aan het Duitse familiebedrijf Bree, wat daar een begrip is als het gaat om tassen met een strak design en zonder tierelantijnen. Ze nodigden hem uit en de ontvangst was zo sympathiek dat hij de uitdaging aanging. ‘Bree sluit helemaal aan bij mijn filosofie dat alles draait om service, garantie en mensen blij maken en zich op hun gemak laten voelen. En om vakwinkels. Zaken waar je ambachtelijk gemaakte spullen kunt kopen, zijn de kracht van de straatjes. En klanten zeggen nu ook: eindelijk weer een winkel met echt handwerk. Ik houd daar zelf zo van dat als ik alles over moest doen, ik zeker kleermaker of zoiets was geworden.’
In deze tijden gaat kunst er vaak als eerste aan. En ook al was Anouk verknocht aan haar Beeldenwinkel, toen Stefan haar vertelde van zijn plan voor een Roecklwinkel, sloegen beide ondernemers de handen ineen. Het eveneens Duitse Roeckl is al 170 jaar bekend om zijn vakkundige handschoenen, sjaals en foulards. Hoe dan ook, de beelden verdwenen, er werd verbouwd en eind oktober was de feestelijke opening.
Het huurcontract van de Beeldenwinkel was ondertussen op een prettige manier verlengd. Stefan: ‘Ik was helemaal verbaasd dat het zo ook kan. Zeker omdat ik ergens anders net voor de centen aan de kant was geschoven, terwijl ik zelfs al een voorlopig contract had gesloten.
2009 zag er bij tijd en wijlen ongunstig uit, vooral in november. Maar soms denk ik: als dit de crisis is dan valt het nog wel mee. Voor Roekcl hoop ik in 2010 natuurlijk op een goede bekendheid en dat we er ook nog iets aan mogen overhouden.’

Het verhaal van nummer 7
De gevelsteen boven de voordeur van het veelbewonderde pand op nummer 7 toont de zeilende driemaster Amsterdams Welvaren, die in 1781 door de Engelsen werd gekaapt op verdenking van wapentransport naar Amerika waar toen de vrijheidsoorlog woedde. Uiteindelijk zonk het schip en werd er verzekeringsgeld uitgekeerd. Een van de rechthebbenden was echter een quaker, die volgens zijn geloof geen voordelen mocht trekken uit oorlog en ellende. En dus bouwde hij met het verzekeringsgeld in 1828 de eerste Nederlandse Bewaarschool. De school kreeg de naam Amsterdams Welvaren en de familie Van Lith woont en werkt er niet alleen, maar deed er ook alles aan om de gevelstenen in vol ornaat te herstellen.

Onderwereld
Het staat er alweer een paar jaar, maar de nieuwbouw op de hoek Berenstraat en Prinsengracht heeft de omwonenden flink beziggehouden. Tot het Van Traateam hen te hulp schoot en bevestigde dat er inderdaad sprake was van onduidelijk vermogen uit de onderwereld en de projectontwikkelaar niet deugde. Toen veranderden de plannen en nu zitten er op die plek een drukke lunchroom en aantrekkelijke winkels. Zoals Fashion Flairs, die eigenlijk bestaat uit meerdere winkels, een met kleding, de ander met accessoires. Eigenaresse Bernadette de Haan begon echter met Parisienne op nummer 4. Dit miniboudoirachtige winkeltje is geïnspireerd op Franse sieradenwinkels beviel zo goed dat uitbreiding niet lang op zich liet wachten.

De Groote en de Kleine Beer
Het pand op de hoek met de Keizersgracht waar Episode zit, is in 1935 ontworpen door de restauratie-architect en pleitbezorger van de historische schoonheid van Amsterdam, Abel Kok. Terug naar de Amsterdamsche volkskunst was Koks inzet. En: eerbied voor het ambachtelijke. Het pand kent twee vleugels die de Groote Beer en de Kleine Beer heten en zijn voorzien van berenreliëfs. Op de hoek is nog een opvallend vrouwenhoofd uitgebeeld. En sinds 2006 zit Episode in dit voormalige kantoorgebouw. GAIA, een groothandel in tweedehands trend-kleding, begon met een Episode winkel op het Waterlooplein. Daarna volgden Rotterdam, Antwerpen, Londen en Parijs. En toen: de Berenstraat.

Bruin interieur
Een van de oudste zaken in de Berenstraat is restaurant ’t Zwaantje, dat in 1973 opende. In het begin was het vooral een bruin café, waar veel vaste klanten na het borreluur langer bleven dan gepland. Dus werd het tijd voor een hapje. Eerst wat snacks, tot de vraag naar een echte maaltijd almaar groter werd. En nu heeft 't Zwaantje een reputatie als Hollands restaurant waar mensen komen proeven hoe het vroeger was, in de tijd van oma’s suddervlees, kip in ’t pannetje en griesmeelpudding. Wat bleef, is het oude bruine interieur en de gezelligheid.

Ter wereld!
Uit alles blijkt dat MENDO van Roy Rietstap niet zomaar een boekwinkel is. Sterker nog, Mendo is uitgeroepen tot een van de meest exclusieve winkels ter wereld! Probeer dan maar eens bescheiden te blijven. De naam Mendo roept dan ook van alles op. Van boekwinkel en expositieruimte tot grafisch vormgevers. Maar altijd gaat het over hetzelfde Mendo in Berenstraat 11. Het Mendo dat op een dag eenvoudigweg besloot dat het een goed idee was om het traditionele kantoor in te ruilen voor een unieke winkel. Dat die verschillende disciplines elkaar inspireren, mag duidelijk zijn. En dat is ook waar De 9 Straatjes telkens weer de vruchten van mag plukken. Want het zijn de mannen van Mendo die tekenen voor de veelgeprezen blauwe folder, de flyer voor het feest en ook deze krant.

 

Verleiding
Een deur verder op nummer 9 zit Stout. Stout is al vijftien jaar lang het initiatief en de winkel van Jeannette Westerveld. En Stout heet natuurlijk niet voor niets zo, want het gaat hier om meer dan een winkel met stijlvolle lingerie. Een walhalla van de verleiding voor de vrouw, wordt het genoemd. Met ondeugende speeltjes en lekkere oliën. En dan is er ook nog de website stoutinternational. En natuurlijk Jeannette zelf, die altijd weer ideeën heeft en iets voor de straatjes organiseert.
Sinds enige tijd komen vrouwen ook aan de overkant aan hun trekken. Daar is Marlies Dekkers neergestreken met de laatste innovatieve ontwerpen. Het interieur van de winkel is niet alleen experimenteel maar ook geheel geïnspireerd op het verhaal van Doornroosje; dat klassieke sprookje van de prinses die haar vinger prikt aan het behekste spinnewiel en daarna 100 jaar…

Volgens Johannes van Dam
De Berenstraat doet bijna alles in veelfout. Ook kappers. Op nummer 21 zit Kunsthaar, alweer meer dan 25 jaar een begrip. En op 2 Rebel Chic, een naam die niet alleen hoge verwachtingen wekt, maar deze ook inlost.
Lunchen kan je in de straat ook uitgebreid. Zoals bij Nielsen, dat echte familiebedrijf met liefde voor vers, eerlijk en lekker. Maar ook met de één na beste clubsandwich van Amsterdam. Johannes van Dam maakte een ranglijst en gaf Nielsen maar liefst een 8,5. Alleen het Amstel Hotel was beter. Maar wie komt daar nou?
Oja, Jeroen en Wencke hebben zich ook altijd voor de vereniging ingezet. En: bij Nielsen zijn de blauwe folders op te halen.
Pancakes! kent de Berenstraat ook. En zoals het een pannenkoekenzaak betaamt, zijn ook kinderen er meer dan welkom. Zorg alleen dat je er vroeg bent, want ze gaan al om zeven uur dicht.

Op maat
Anju Madan begon in 2006 Zitara, een winkel in accessoires uit India. Geen traditionele ontwerpen, maar juist de allernieuwste ontwikkelingen. Deze dringen maar moeizaam tot het westen door. Daarom ontstond in Zitara, nadat Anju in Londen mode en marketing studeerde. Met de medewerking van een zus in New York en een in New Delhi is Zitara inmiddels in de hele wereld thuis.
Niet te vergeten is Wella Warenhaus, dat op Keizersgracht 300 zit in het voormalige Wella hoofdkantoor. Ontwerpers van eigen bodem verkopen hier hun unieke waren. Zoals eigenaresse Sue Backhaus, die vier jaar geleden haar eigen label Cherry Sue oprichtte. In de grote vrolijke winkel worden de jurken en rokken ook op maat gemaakt.

Van de Spaanse Trappen naar De 9 Straatjes

Joke Haverkorn woont in de Berenstraat in de nieuwbouwappartementen met op de begane grond zaken als Kunsthaar en De Glaswerkplaats.
‘In 1993 keerde ik terug uit Rome, waar ik met mijn gezin bovenaan de Spaanse trappen woonde. Ik wilde eigenlijk naar het Gooi, maar met name dit deel van Amsterdam beviel opeens heel erg. Het kleinschalige, de markten en winkeltjes op loopafstand. Hoewel het hier begin jaren negentig veel minder levendig was en De 9 Straatjes nog geboren moesten worden. Het is eigenlijk van een nogal slaperig gedoetje tot een bijna magisch buurtje geworden. Ik heb dan ook de indruk dat veel mensen hier echt gelukkig zijn. Goed, het is misschien soms wat lawaaiig, maar als dat binnen de perken blijft en je kan er niet tegen, moet je hier niet gaan wonen. Bijzonder is ook dat iedereen en alles hier op straat zit, zomer en winter. Dat is een grappige gewoonte, die het sfeervol maakt. En die bankjes voorkomen bovendien dat er veel fietsen op de stoep worden geparkeerd.
Het onderlinge contact is hier op alle fronten goed. En toen jaren geleden de hele hoek met de Prinsengracht plat lag en bleek dat er met de nieuwbouw van alles niet deugde, staken we als bewoners onmiddellijk de koppen bij elkaar. Het bleek al snel om een malafide eigenaar te gaan, die er ook nog een enorme coffeeshop had gepland. Minstens een jaar zijn we ermee bezig geweest en uiteindelijk vond het Van Traa-team uit dat het hier inderdaad ging om een drugsbaas en geld witwasserij. We boekten succes. De projectontwikkelaar was woedend en liet weten dat hij het liefst de hele Berenstraat platbrandde.
Het is belangrijk dat het hier een leefbuurt blijft voor gewone bewoners, met winkels van bepaalde kwaliteit en aantrekkelijkheid. Want het kan snel een rotzooi worden. Particulier initiatief moet dan ook de kans krijgen. De basis van iets is immers het levendige en bijzondere. Daar is ook het toerisme op gebaseerd en dan krijg je ook de juiste mensen binnen. Vooralsnog worden ook wij als bewoners telkens aangeschreven en gebeld door makelaars en projectontwikkelaars. Of we niet willen vertrekken! Ik vind dat ronduit onbeschoft. Misschien is het een idee dat ook eigenaren de krachten bundelen. Gezamenlijk bereik je nu eenmaal meer en kan je het goede behouden en misschien zelfs uitbouwen.’