Even voorstellen: de bestuursleden

De voorzitter: Laura Dols van Laura Dols

‘Ik begon meer dan dertig jaar geleden in een tijdelijk pandje op de hoek van de Hartenstraat. Toen ik er weg moest, heb ik een groot bord opgehangen dat ik een winkel zocht. Er stapte ene meneer Lohuizen binnen, die zei: ‘Wat ik je nu ga zeggen gaat jouw hele leven veranderen. Morgen om 3 uur op dit adres.’ Hij duwde een kaartje in mijn handen met daarop Wolvenstraat 7.
Ik ben er natuurlijk heengegaan en trof er een uitgewoond pension met zachtboardwanden en een keuken met een zandhoop als vloer. ‘Dit wordt van jou als je mij tienduizend gulden geeft,’ zei Lohuizen. Dat moet ik doen, dacht ik, dit is een kans. Ik heb het geld overal vandaan bij elkaar geleend en de boel in drie weken tijd met vrienden opgeknapt. En toen had ik plotseling een serieuze winkel, die toch ook een soort huiskamer was. Ik leefde vooral ’s nachts en deed ook nog de kunstacademie, maar ik stond wel consequent om elf uur op om open te gaan en hippiespullen te verkopen. Die haalde ik uit België, dan zat ik met zakken vol in de trein, want ik had geen rijbewijs. Als de douane kwam, zei ik: vuile was meneer. Ik had toen geen idee dat dit mijn eindbestemming kon zijn.
De Wolvenstraat was destijds een gek klein straatje met een socialistische kapper en een groenteman die tijdens rellen opeens citroensap tegen het traangas aan krakers uitdeelde. En een drogist die altijd in een wit jasschort liep alsof hij apotheker was. Het was een klein dorp, dat bij het verzekeringsgebouw op de hoek al ophield. Met eenvoudige middenstanders, niet armoedig maar wel sober. De mix ontstond doordat er veel hippe mensen woonden. Maar dat het zich op deze manier zou ontwikkelen, had ik niet verwacht. Hoewel, eigenlijk zie je de ontwikkeling en verjonging van de stad in het kwadraat terug in de straatjes.
De oprichting van de ondernemersvereniging is destijds door drukte en kinderen volledig langs me heengegaan. Tot ze me drie jaar geleden kwamen vertellen dat er toestanden waren en iedereen naar de ledenvergadering móest komen. In het Pulitzer escaleerde de boel en stapte het voltallige bestuur op. Toen heb ik me spontaan aangemeld. Dit is toch te gek voor woorden, dacht ik, dat iets goeds verloren gaat, iets waar heel veel tijd en energie aan is besteed. Zo’n vereniging is toch een positief element. En als niemand zijn vinger opsteekt, doe ik het wel en dan doe ik het een jaar. Maar ja, dat zijn er nu al drie. En dat is wel weer genoeg. Er moet toch wel een fris en initiatiefrijk type zijn die de fakkel wil overnemen! Of gewoon iemand die zich verantwoordelijk voelt. Want het is goed en belangrijk om je te verenigen. Iedereen is toch een koning in zijn eigen koninkrijk en als die zich met elkaar verbinden, kun je weerstand bieden. Ondernemers zijn namelijk best vaak de klos. De gemeente heeft eisen, de belastingen en de overheid. En samen sta je sterker en kan je oplossingen bedenken en plannen maken, of gewoon leuke dingen verzinnen. Dat kan nog gezellig zijn ook.’

De Penningmeester: Pieter Melchers van De Doffer en Lust

‘Ik heb ooit ja gezegd, omdat het moest, omdat ik vond dat de vereniging overeind moest blijven en er een bestuur moet zijn. De boekhouding werd zo’n beetje in een plastic tasje overgedragen. Laura en ik zijn aan de slag gegaan en hebben Willem Kalshoven ingehuurd voor de administratie. Inmiddels is de zaak goed op orde en roep ik alweer twee jaar dat ik wil stoppen. En nu heb ik het echt gehad. Soms voelt het zelfs alsof we erin zijn geluisd, dat alleen wij ons verantwoordelijk voelen en geen enkele andere ondernemer tijd wil vrijmaken. Ik zou zo zeggen: neem het stokje over, doe je plicht. Als men vindt dat er een ondernemersvereniging moet zijn, is er een taak. Ik zal de boel goed overdragen. Makkelijker kan ik het niet maken!
Het is echt aan de ondernemers zelf of ze een actieve of alleen maar een papieren vereniging willen. En het is niet eens het werk, dat valt erg mee. Het gaat erom dat er mensen zijn die nadenken en praten over waar we met de straatjes naartoe willen. Ik vind het dan ook jammer dat er zo weinig dialoog is tussen de ondernemers. Nu weet je niet wat men wil of je hoort alleen negatieve geluiden. Misschien heeft met name de oudere garde nogal lange tenen, waardoor er ook niet veel gebeurt. Soms lijkt er zelfs sprake van zo’n mentaliteit waarbij een ongewenste fiets voor de deur stiekem bij de buren wordt gezet.
Ik heb De Doffer nu 20 jaar en ben er in jaren tachtig als student psychologie begonnen als glazenophaler. De glazen stonden toen over de hele straat verspreid en de deuren sloten pas als de laatste cafégangers waren vertrokken. Of het nou drie uur in de nacht was of zeven uur ’s ochtends. Eerst ben ik bedrijfsleider geweest en toen ik werd gevraagd of ik de zaak wilde overnemen, twijfelde ik geen moment. Mijn vader had een destilleerderij dus het ondernemerschap was me niet vreemd. Later ben ik samen met Raymond ook Lust begonnen. Als ze mij vragen wat we doen om succes te hebben, weet ik het niet. Eigenlijk doen we vooral ons best om onszelf te zijn en te blijven.
Veel ondernemers zitten hier al lang en toch vinden de mensen de straatjes veranderd. Misschien komt dat omdat er minder horeca is dan vroeger. Daardoor is het zeker in de zomer stiller. Ik ben natuurlijk zelf een horecaondernemer, maar ik denk echt dat de aanwezigheid van horeca van belang is voor de levendigheid.’


Het algemene bestuurslid: Loek de Loor van De Kaaskamer

‘Ik begon ooit als flessenjongen bij Albert Heijn en werkte me op tot bedrijfsleider. Tot ik zo’n dertig jaar geleden in Haarlem een kaaswinkel begon. Niet dat ik veel van kaas wist, maar ik had interesse voor lekker eten. Dat heb ik van mijn vader. Die was smid in de Korte Leidsdwarsstraat en kookte op zondag de sterren van de hemel. Ik heb me enorm verdiept in kaas, las er alles over en proefde zo veel mogelijk. Ik vind het ook leuk om te verwennen, dus een kaaswinkel ligt me zeker. Net als geld verdienen, want dat hoort er natuurlijk ook bij. Omzet maken. In Haarlem kon ik op den duur mijn ei niet kwijt, ik wilde naar Amsterdam en nam de Runstraat over en bouwde de Kaaskamer uit tot wat die nu is. Het begint me wel zwaar te vallen en ik heb de grootste moeite om een goede bedrijfsleider te vinden. Het liefst iemand die op termijn de zaak ook wil overnemen.
Ik vind het super in de straatjes. Het is echt de leukste buurt van Nederland. Met leuke, gekke mensen die het in zich hebben om anderen te verwennen. Beter kan je niet hebben. Er zouden wel meer foodgerelateerde winkels mogen zijn en er zou een eind moeten komen aan wat ik het a-sociale PC Hooft gedrag noem. Die enorme auto’s op de stoep, die denken dat ze Jezus zijn!
Sinds april zit ik in het bestuur. Een ondernemersvereniging vind ik belangrijk, maar er is veel passiviteit bij de ondernemers en dat is jammer. Het is zeker geen grote familie. Ikzelf heb eigenlijk ook totaal geen tijd, ik heb al moeite genoeg om mijn eigen zaak te runnen. Ik vind dan ook eigenlijk dat ik niks doe en een slecht bestuurslid ben. En toch is dat beter dan helemaal niets. En ik wil het goede voorbeeld geven en iedereen oproepen dat te volgen. Er zijn hier toch genoeg creatieve mensen!’