't Runnertje - De langstzittende?

'Zo’n beetje de langstzittende!'

 

Eduard Zwolsman, beter bekend als Eddy van ’t Runnertje, behoort tot de langstzittende ondernemers van De 9 Straatjes. Maar dat niet alleen, want de herkenbare uitstalling van zijn winkel op de hoek Runstraat en Prinsengracht, is ongetwijfeld een van de meest gefotografeerde van de stad. Wat ’t Runnertje verkoopt? Antiek, curiosa en de meest mooie lampen.

 

In 1968 begon Eddy in het ‘muizenwinkeltje’ een paar deuren verderop, waar vandaan hij twee jaar later naar de hoek verhuisde. Het verliep destijds vaak via de toenmalige drogist in de straat, die werkelijk alles wist en zijn vriend tipte dat er iets te huur was. Een winkel, dat leek hem eigenlijk wel wat en als hij erbij bleef freelancen als mode etaleur, zijn officiële beroep, dan was de huur van tweehonderd gulden ook wel op te brengen. En zo begon hij met letterlijk en figuurlijk niet meer dan een lamp, een soepterrine en wat rariteiten van het Waterlooplein. De zelf opgeknapte en gevonden lamp met de mooie ketting was het eerste dat hij verkocht. En dus ging hij daar maar op door en liep hij veilingen af en kocht inboedels op. ‘Je groeit erin,’ vertelt hij, ‘maar dat duurt wel een paar jaar. En ik had natuurlijk de tijd mee en was de enige gekke winkel in de Runstraat. Inmiddels zeggen oude klanten zeggen wel eens: god meneer, zit u er nog altijd! Daar schrik ik wel van, het is toch een heel mensenleven. Ik behoor dan ook zo’n beetje tot de langst zittenden.’

Eigenlijk begon er voor Eddy nog veel meer in de Runstraat. Want in wat nu het nachtcafé van De Doffer is, zat destijds het uitzendbureau waar hij zijn vriend leerde kennen. In al die jaren zag hij de straat veranderen van oude gestutte pandjes met een kolenboer naar een keurig opgelapte straat. Hier wil deze legende van de Runstraat wel oud worden, zolang hij het tenminste leuk blijft vinden en er niet te veel luidruchtige groepen binnenkomen die hem, laverend tussen de lampen, antieke trommels, koffiemolens en glazen, volledig negeren en telkens weer roepen: ‘kijk nou toch, dat heb ik allemaal weggegooid.’ Maar voorlopig zegt hij gelukkig nog: ‘hier is mijn jour, hier ontvang ik!’